IJsland - Lýðveldið Ísland

ijsland

Basisgegevens
Officiële landstaal: IJslands
Hoofdstad: Reykjavik
Regeringsvorm: Republiek
Staatshoofd: President Ólafur Ragnar Grímsson
Religie: Luthers 85%
Oppervlakte: 103.000 km² [1] (2,7% water)
Inwoners: 281.154 (2000[2]), 301.931 (2007[3]) (2,9/km² (2007))
Overige
Volkslied: Lofsöngur
Munteenheid: IJslandse kroon (ISK)
UTC: +0
Nationale feestdag: 17 juni


Topografie

IJsland (Ísland in het IJslands) is een (ei)land, dat tussen Groenland en Europa in ligt. Het is omringd door de Atlantische Oceaan, de Straat Denemarken (tussen IJsland en Groenland) en de Noordelijke IJszee. Het noordoosten van het land ligt net binnen de poolcirkel. De hoofdstad Reykjavik ligt aan de zuidwestkust en is 's werelds meest noordelijke hoofdstad. IJsland is het meest westelijk gelegen land van Europa.

Geschiedenis

De aanwezigheid van een eiland ten noorden van de Britse Eilanden was reeds bekend of vermoed door de Grieken en Romeinen. Het "Ultima Thule", waar de Romeinen in een geschrift over verhalen, gaat waarschijnlijk over IJsland, maar zekerheid daarover ontbreekt vooralsnog. Uit archeologische vondsten blijkt dat de Romeinen vermoedelijk wel voet aan wal hebben gezet, maar de eersten die langere tijd op IJsland verbleven waren waarschijnlijk Ierse monniken. Met de komst van de Vikingen verdwenen ze.

De meesten van de eerste bewoners waren van Noorse afkomst. Ze verlieten hun thuisland om aan het regime van jarl Harald Schoonhaar (of Fijnhaar) te ontkomen. In die tijd werd er verhaald van een eiland dat nog niet bewoond was, en Flóki Vilgerðarson (ook wel Hrafna Flóki of raven-Flóki genoemd, omdat hij drie raven bij zich had die hem hielpen het onbekende eiland te vinden) besloot zijn geluk in dat nieuwe land te beproeven. Hij vestigde zich aan een grote baai in het westen (bij Flókatóftir aan het huidige Breiðafjörður). Tijdens de eerste strenge winter verhongerde al zijn vee, en berooid vertrok hij weer, maar niet alvorens het land zijn naam gegeven te hebben: IJsland. Later kwamen via omzwervingen langs Ierland, Schotland, de Hebriden en de Faeröer (waar ze ondertussen slaven bemachtigden) landgenoten van hem op IJsland aan. De eerste Viking die zich permanent op IJsland vestigde was Ingólfur Arnarson. In 874 landde hij aan de zuidkust en omstreeks 877 vestigde hij zich aan een baai in het zuidwesten. Die plaats noemde hij Reykjavik (zie aldaar). De volgende 60 jaar werd het land volledig gekoloniseerd.

Geologie

Geologisch gezien is IJsland zeer jong en hoofdzakelijk opgebouwd uit vulkanisch materiaal en gesteente, omdat het op de Midden-Atlantische rug ligt, het scheidingsgebied van een aantal tektoniekplaten die langzaam uit elkaar drijven, waardoor het onderliggende magma de kans krijgt naar de oppervlakte te komen en daar de ontstane scheuren op te vullen. Een deel van die Midden-Atlantische rug loopt van noord naar zuid door het midden van het land en verheft zich daarbij zó ver, dat het als het ware heel IJsland boven het zeeoppervlak uittilt. Als gevolg van de plaattektoniek drijven sommige delen van IJsland daarbij met een gemiddelde snelheid van zo'n 1 á 2 cm per jaar gestaag uiteen.

Geiser

Een bijkomstigheid is dat IJsland ook nog eens op een hotspot ligt. Dat zijn plaatsen in de aardkorst waar het onderliggende magma tot zeer dicht onder het aardoppervlak kan komen. Beide fenomenen zorgen ervoor dat IJsland vulkanisch zeer actief genoemd mag worden. Het merendeel van het eiland werd gevormd tijdens de laatste ijstijd en dit groeiproces gaat nu nog steeds door. Het oudste deel van het eiland ligt in het noordwesten en wordt in het IJslands de Vestfirðir (Westfjorden) genoemd. Het jongste deel is het eilandje Surtsey dat bij de Vestmannaeyjar ontstond tijdens een vulkaanuitbarsting die in 1963 begon (en slechts één week later eindigde).

Andere fenomenen van vulkanisme op IJsland zijn subglaciale meren (bijvoorbeeld Grímsvötn), solfataren en fumarolen, geisers, hete bronnen (de bron bij Deildartunguhver levert 180 liter kokend water per seconde en is daarmee de grootste heetwaterbron van Europa) en geothermische energiecentrales.

Geografie

IJsland bestaat voor het overgrote deel uit laag- en middelgebergte, al dan niet met gletsjers bedekt, waar vanuit vele rivieren naar zee stromen. Sommige daarvan vervoeren zeer grote hoeveelheden water, maar ze zijn doorgaans voor boten onbevaarbaar.

De hoogste berg is de Hvannadalshnúkur. Deze ligt met zijn 2110 meter hoogte grotendeels verscholen onder de Öræfajökull.

Bomen komen op IJsland vooral in dwerg- en struikvorm voor, bijvoorbeeld in het natuurreservaat Þórsmörk. Alleen in het oosten van het land komt een gebied voor dat 'bos' mag genoemd worden, het 2000 hectare grote Hallormstaðaskógur. De bomen zijn daar voor het grootste deel aangeplant.

Hoewel het land beroemd is om zijn geisers, is de echte Geysir na een aardbeving een stuk minder actief geworden; de nabijgelegen Strokkur spuit zijn waterfontein echter om de 5-8 minuten omhoog. Andere werkende geisers zijn veel minder spectaculair om te zien of zijn ten behoeve van de warmwatervoorziening afgedopt. Het binnenland is vrijwel onbewoond; het dichtstbevolkte gebied ligt aan de zuidwestkust rond Reykjavik.

Langs het noorden van het eiland stroomt de koude golfstroom, langs het zuiden de warme golfstroom. Gekoppeld aan de wind die vaak van zuid naar noord over het eiland waait, is het klimaat in Reykjavik (zuidwest) kouder dan in Europa maar nog steeds gematigd. In het noordelijke Akureyri daarentegen zijn de temperatuurschommelingen vanwege de vaak aflandige wind groter.

Vanaf de Vestfirðir in het noordwesten via het noorden tot aan het oosten van het land wordt de kustlijn gekenmerkt door grotere en kleine fjorden en baaien. Een aantal fjorden is in de wintermaanden enkel over het water te bereiken en is zelfs in de zomer enkel toegankelijk met een 4WD-auto. Dat is mede de oorzaak van de ontvolking die sinds de Tweede Wereldoorlog in dit deel van het land gaande is.

In het zuiden wordt de kustlijn gekenmerkt door een bijna volkomen afwezigheid van natuurlijke inhammen en uitgebreide spoelzandvlaktes, een resultaat van de overspoeling van de streek door het smeltwater van de Vatnajökull.

De westkust wordt weer wel gekenmerkt door brede fjorden en baaien, zoals de Faxaflói (Faxabaai) en de Breiðafjörður.

De vuurtoren bij Bjargtangar nabij de vogelkliffen van Látrabjarg is het meest westelijke puntje van Europa.

Grote delen van het binnenland zijn tijdens de zomermaanden uitsluitend toegankelijk voor terreinvoertuigen. In de winter echter zijn vrijwel alle wegen daar zelfs voor de krachtigste voertuigen onbegaanbaar en derhalve dan ook afgesloten voor alle verkeer.

Het landschap is bergachtig, tafelbergen wisselen af met actieve en slapende vulkanen en caldera's, waartussen (meanderende) rivieren zich een weg banen. Omdat IJsland geologisch gezien nog erg jong is en de rivieren zich nog een weg door het harde basalt moeten slijten, komen er vele watervallen voor, waarvan er een aantal spectaculair zijn. De Dettifoss is qua watervolume de grootste waterval van Europa. Valleien werden in het verleden opgevuld door de lava van grote vulkaanuitbarstingen, waardoor er soms hele lavavlakten zijn.

IJsland heeft 4 nationale parken: Jökulsárgljúfur National Park, Skaftafell National Park, Snæfellsnes National Park en Þingvellir.

Flora en fauna

Een belangrijk kenmerk van IJsland is de afwezigheid van bomen. Tijdens de kolonisatie zou het land wel begroeid zijn geweest, maar het is de vraag of er toen wel echte bomen voorkwamen. In meerdere saga's worden reizen naar Noorwegen beschreven die, naast de intentie om handel te drijven, voor een belangrijk deel werden ondernomen om timmerhout te halen. Wel wordt gewag gemaakt van hout sprokkelen om vuur en houtskool te maken. Aan de andere kant echter verwijzen namen als Skógarströnd (boskust) en Skógarnes (boskaap) naar de aanwezigheid van bossen (skógur betekent bos). Ook wordt in het eerste hoofdstuk van het Landnámabók (boek der landnamen) geschreven dat het land tussen bergen en de kust met bos was bedekt. De huidige bomen beperken zich tot dwergberken, dwergwilgen en kreupelgewassen. Er wordt beweerd dat het eilandje Árnes in de Þjórsá-rivier een redelijk beeld zou geven hoe het eiland er zo'n 2000 jaar geleden uit heeft gezien. Hoewel het grootste deel van het land uit rotsen, keien en arctische woestijnlandschappen bestaat, komen mossen, korstmossen en grassen veel voor. In (voornamelijk) het zuiden zijn de laaglanden gecultiveerd. Door de hoge geografische ligging van IJsland ligt de boomgrens al op 200-300 meter boven zeeniveau. Er komen ongeveer 450 hogere planten van nature voor.

Er is ook een traditioneel mopje over de kleine bomen in IJsland: Wat moet je doen als je verdwaald bent in een IJslands bos? Sta dan op!

De poolvos is het enige oorspronkelijke zoogdier. De immigranten brachten schapen, koeien, varkens, paarden en pluimvee mee. Muizen, ratten, nertsen en konijnen zijn over het algemeen per ongeluk ingevoerd. Rendieren zijn in de 18e eeuw ingevoerd en een aantal is verwilderd en leeft in de hoogvlakten in het oosten. De ijsbeer komt er niet voor, maar o.a. in Húsavík is een opgezet exemplaar te vinden. Deze kwam in 1969 op een ijsschots van Groenland aangedreven.

Reptielen, amfibieën en giftige dieren, zoals schorpioenen, komen op IJsland niet voor. Wel muggen, met name waar begroeiingen bij moerassen en meren voorkomen. Mývatn staat bekend om de vele muggen die er bij windstil weer (zeldzaam) voorkomen. In de schone en heldere wateren op en rondom IJsland komt zeer veel vis voor, zoals zalm, forel, platvis en kabeljauw.

IJsland is een belangrijk biotoop voor ontelbare vogels en vogelsoorten. Vele soorten Eenden en ganzen komen er voor, naast zeevogels, waadvogels en zeldzame roofvogels zoals de sneeuwuil. Op IJsland komen zowel overwinteraars voor als vogels die het als rustplaats, broedplaats of fourageerplaats gebruiken.

In door warmwaterbronnen verwarmde kassen worden planten, bloemen, groenten en fruit geteeld. De belangrijkste regio's met kassenteelt zijn in Zuid-IJsland bij Hveragerði en de geothermale gebieden rond Reykholt (Borgarfjörður) in het westen en Flúðir in het zuidwesten.

Economie

Visserij en de visverwerkende industrie, zo'n 63% van de uitvoer, vormen een belangrijke poot van de IJslandse industrie. Deze uitvoer is echter gevoelig aan de verandering van de visprijzen, vanuit de overheid worden dan ook pogingen gedaan de economie een bredere basis te geven, zo wordt er veel verwacht van geothermische energie.

Energie
Meer dan de helft van alle energie, zo'n 54%, wordt geothermisch opgewekt (zie bijvoorbeeld Nesjavellir), 17% wordt opgewekt door waterkracht en de overige energie wordt aangemaakt met (geïmporteerde) fossiele brandstoffen. Verder voorzien de geothermische bronnen Reykjavík van warm water en stoom voor verwarming.

Handel
Er wordt vooral vis, aluminium, kunstmest en ijzerverbindingen uitgevoerd. De belangrijkste handelspartners zijn het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Duitsland en Japan. Er wordt vooral aardolie, allerhande machines, drank en tabak ingevoerd.

De munt
De munteenheid van IJsland is de IJslandse kroon.

 

Godsdienst

In IJsland kent men vrijheid van godsdienst. De Evangelisch Lutherse Kerk van IJsland is de staatskerk. In het nationaal register wordt altijd bijgehouden welke religieuze overtuiging men heeft. In 2004 gaf dit het volgende beeld:

* Evangelisch Lutherse Kerk van IJsland: 85% van de inwoners
* Vrije Lutherse Kerk van Reykjavik en Hafnarfjörður: 3,6% van de inwoners
* niet aangesloten bij een religieuze groepering: 2,4% van de bevolking
* rooms-katholieke kerk: 2,0% van de bevolking
* anders christelijk: 6,5% van de bevolking
* anders (waaronder volgelingen van de Ásatrú-godsdienst): 1% van de bevolking

Ofschoon de meerderheid van de bevolking christen is, gaan de meeste IJslanders niet met regelmaat naar de kerk. De meesten hebben liberale christelijk-godsdienstige ideeën.

Bevolking

De inwoners van IJsland zijn nakomelingen van de Vikingen, vermengd met Schotse en Ierse immigranten. De meeste buitenlanders zijn Denen. Meer dan de helft van de bevolking leeft in Reykjavík en omgeving.

Geslachtsnamen worden op IJsland bijna niet gebruikt: de IJslanders bedienen zich van patroniemen, zoals 'Karlsdóttir' ('dochter van Karl') of 'Grímsson' ('zoon van Grímur') (zie ook: IJslandse namen). De voornaam is nog altijd belangrijker dan het patroniem: in telefoonboeken en andere alfabetische persoonslijsten wordt men op zijn voornaam gerangschikt.

[bewerk] Feestdagen (Hátíðir og merkisdagar)

* 1 januari: nýársdagur (nieuwjaarsdag).
* 6 januari: þrettándi, de dertiende dag. Laatste dag van de IJslandse Kerstmis (zie ook: Jólasveinar).
* Eind januari wordt de oude gecombineerde januari/februarimaand Þorri gevierd.
* Bolludagur ("bolletjesdag"). Bolletjesdag was vroeger de maandag voor de vastendagen en wordt nu gevierd door (veel) gebakjes of bolletjes met room (rjómabollur) te eten bij de koffie.
* Sprengidagur ("explosiedag"). Deze dag was vroeger de laatste dag voor het begin van de vastendagen en er mocht toen zoveel gegeten als mogelijk (en voorradig) was. Nu wordt het met een speciale maaltijd, bestaande uit gezouten vlees en bonen, gevierd.
* Öskudagur ("asdag"). De eerste dag van de vastendagen die begon op een woensdag. Dit is nu een vrije dag.
* Sumardagurinn fyrsti; de eerste donderdag na 18 april: eerste dag van de (oude) zomer. IJsland kende vroeger maar twee jaargetijden: zomer en winter.
* Sjómannadagurinn; de eerste zondag in juni: opgedragen aan de zeevaarders (vissers, reders etc.).
* Listahátið; begin juni op even jaren: Reykjaviks internationale kunstfestival.
* 17 juni: þjóðhátið; belangrijk nationaal volksfeest op sjautjándi júní . Ter gelegenheid van het feit dat IJsland op 17 juni 1944 een republiek werd.
* Verslunarmannahelgi ("handelsweekend"); eerste weekend in augustus.
* Síldarævintyri ("haringavontuur"); feest op eerste weekend en maandag in augustus in Siglufjörður (Noord-IJsland).
* Þjóðhátið Vestmannaeyjar; volksfeest op de Westman-eilanden begin augustus.
* September: tijd waarin de schapen vanuit de bergen en vlakten bijeengedreven worden voor sortering. Vaak een festijn.
* Fyrsti vetrardagur; eind oktober: eerste dag van de (oude) winter.
* 1 december: (voornamelijk) studentenfeest ter gelegenheid van de afscheiding van Denemarken in 1918.
* 24 december: aðfangadagur; kerstavond.
* 25 en 26 december: Jól; Kerstmis.
* 31 december: gamlarskvöld; oudejaarsavond.

Statistiek

* 96% van de inwoners woont in steden
* Reykjavik heeft 114.000 inwoners (1 oktober 2005); buiten de regio van Reykjavik is Akureyri de enige stad van enige omvang (17.000 inwoners, 1 oktober 2005)
* 4% woont op het platteland (1 december 2004)
* Toename aantal inwoners over 2003: 0,96%
* Geschat aantal inwoners in 2010: 304.711 (1 december 2004)
* Aantal geboortes per 1000 inwoners: 14,0 (1 december 2004)
* Aantal overledenen per 1000 inwoners: 6,0 (1 december 2004)
* Gemiddeld aantal geboortes per vrouw: 1,97 (1 december 2004)
* Kindersterfte: 2,4 per 1000 geboortes (2003)
* Kindersterfte in eerste levensweek: 1,69 per 1000 geboortes (2003)
* Migratiesaldo in 2001: +968
* Bevolkingsdichtheid in 2004: 2,8 inwoners per km² (1 december 2004)
* Levensverwachting: mannen 78,7 jaar; vrouwen 82,5 jaar (2001–2003)
* Economie: Bruto Nationaal Product van 2003: 810.844 miljoen ISK (2004)
* Economische groei in 2002: -0,5%
* BNP per inwoner in 2003: 36.519 US-dollars (2004)
* Belasting: inkomstenbelasting, in procenten: 37,73 (2005)

(Er is een speciale belasting (2%) bij inkomsten boven ISK 350.000 p.p. per maand (2005).)

* btw, in procenten (1 maart 2007): 24,5, 14,0 of 7,0
* Aantal auto's per 1000 inwoners: 647 (2004)
* Aantal dokters per 1000 inwoners: 3,6 (2002)
* Er is geen spoorwegennet.
* IJsland kent geen eigen krijgsmacht. Het leger van de Verenigde Staten bewaakte tot 1 oktober 2006 op basis van een militair verdrag uit 1951 het land en zijn territoriale wateren vanuit een marinevliegbasis in Keflavik. Na deze datum zullen de Verenigde Staten nog wel garant staan voor de defensie van IJsland, maar zal de marinevliegbasis gesloten worden.
* Popzangeres Björk (Guðmundsdóttir) is van IJslandse afkomst, net zoals de post-rockband Sigur Rós.
* De funk fusionband Mezzoforte komt uit IJsland.

Bron: Wikipedia